Een verzameling Esperanto Spreekwoorden en Zegswijzen: [waa-1] t/m [waa-100]

[waa-1]Beter wat dan niets
[waa-2]Gestolen goed gedijt niet
[waa-3]Wie aan de weg timmert, heeft veel bekijks
[waa-4]De gebraden duiven zullen je niet in de mond vliegen
[waa-5]Goedkoop is duurkoop
[waa-6]Wie wind zaait, zal storm oogsten
[waa-7]Wie met pek omgaat, wordt er mee besmet
[waa-8]Wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht
[waa-9]Een steek onder water geven
[waa-10]Men moet het ijzer smeden, als het heet is
[waa-11]Wie niet waagt, die niet wint
[waa-12]Als de ene hand de andere wast, worden ze beide schoon
[waa-13]Men moet huilen met de wolven, waarmee men in het bos is
[waa-14]Twee honden vechten om een been, een derde loopt er snel mee heen
[waa-15]Om der wille van het smeer, likt de kat de kandeleer
[waa-16]De ene kraai pikt de andere de ogen niet uit
[waa-17]Men moet niet op het uiterlijk afgaan
[waa-18]De kleren maken de man
[waa-19]Men moet zijn neus niet in andermans zaken steken
[waa-20]Schoenmaker, blijf bij je leest
[waa-21]Haastige spoed is zelden goed
[waa-22]Bezint eer gij begint
[waa-23]Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het deksel op zijn neus
[waa-24]Hij heeft de klok horen luiden, maar hij weet niet, waar de klepel hangt
[waa-25]Zo vrij als een vogeltje in de lucht
[waa-26]Nieuwe bezems vegen schoon
[waa-27]In het donker zijn alle katten grauw
[waa-28]Men kan geen veren plukken van een kikker
[waa-29]Na mij de zondvloed
[waa-30]Boontje komt om zijn loontje
[waa-31]Hoge bomen vangen veel wind
[waa-32]Elk "daarom" heeft zijn "waarom"
[waa-33]Dat is koren op zijn molen
[waa-34]Een appeltje voor de dorst bewaren
[waa-35]Zo gewonnen, zo geronnen
[waa-36]Oost west, thuis best
[waa-37]Als de kat van honk is, dansen de muizen
[waa-38]Een zaak in de doofpot stoppen
[waa-39]Vogeltjes, die te luid zingen, zijn voor de poes
[waa-40]De kost gaat voor de baat
[waa-41]Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd
[waa-42]Een goede buur is beter dan een verre vriend
[waa-43]Dat is zijn stokpaardje
[waa-44]Paar'len voor de zwijnen gooien
[waa-45]De berg heeft een muis gebaard
[waa-46]Holle vaten klinken het hardst
[waa-47]Van de doden niets dan goeds
[waa-48]Wat niet weet, wat niet deert
[waa-49]Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken
[waa-50]Met Sint Juttemis
[waa-51]Waar het hart vol van is, loopt de mond van over
[waa-52]Na regen komt zonneschijn
[waa-53]'t Is niet alle dagen Kermis, al staan er kramen
[waa-54]Iemand te glad af zijn
[waa-55]Geeft men hem de vinger, dan neemt hij de gehele hand
[waa-56]Een goed begin is het halve werk
[waa-57]Jong geleerd, oud gedaan
[waa-58]In het land der blinden is eenoog koning
[waa-59]Het is niet alles goud, wat er blinkt
[waa-60]De mens wikt, God beschikt
[waa-61]Keulen en Aken zijn niet op één dag gebouwd
[waa-62]Eind goed, al goed
[waa-63]Wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden
[waa-64]Over koetjes en kalfjes praten
[waa-65]Wie het laatst lacht, lacht het best
[waa-66]Zoveel hoofden, zoveel zinnen
[waa-67]Wie het eerst komt, het eerste maalt
[waa-68]Een spierinkje uitgooien om een kabeljauw te vangen
[waa-69]Het is mij een doorn in het oog
[waa-70]Wie A zegt, moet ook B zeggen
[waa-71]Iemand koeien met gouden horens beloven
[waa-72]Uit het oog, uit het hart
[waa-73]Blaffende honden bijten niet
[waa-74]Als de nood het hoogst is, is de redding nabij
[waa-75]Wie zijn neus schaadt, schaadt zijn aangezicht
[waa-76]Van een andermans leer is het goed riemen snijden
[waa-77]De gelegenheid maakt de dief
[waa-78]Veel geschreeuw, maar weinig wol
[waa-79]Beter één vogel in de hand, dan tien in de lucht
[waa-80]Ieder vogeltje zingt, zoals het gebekt is
[waa-81]De appel valt niet ver van de boom
[waa-82]Aan de vruchten kent men de boom
[waa-83]Wie niet zaait, zal niet oogsten
[waa-84]Over de smaak valt niet te twisten
[waa-85]Sparen doet garen
[waa-86]Elk huis heeft zijn kruis
[waa-87]De paarden, die de haver verdienen, krijgen ze niet
[waa-88]Men moet het paard niet achter de wagen spannen
[waa-89]Men moet een gegeven paard niet in de bek zien
[waa-90]Ledigheid is des duivels oorkussen
[waa-91]Als men van de duivel spreekt, trapt men op zijn staart
[waa-92]Nieuwe heren, nieuwe wetten
[waa-93]Strenge heren regeren niet lang
[waa-94]De ene dienst is de andere waard
[waa-95]Kleine dieven hebben ijzeren, grote hebben gouden ketenen
[waa-96]De kleine dieven hangt men op, de grote vallen door de strop
[waa-97]April koud en nat, veel koren in het vat
[waa-98]De eerste april stuurt men de gekken, waar men wil
[waa-99]April doet wat hij wil
[waa-100]Aprilletje zoet geeft ook nog wel eens een witte hoed